Flat lay van 3D print nabewerking met half geschuurde print schuurpapier primer verf en afgewerkt stuk op lichtgrijze ondergrond

3D print nabewerking, schuren, verven en lijmen stap voor stap uitgelegd

De nabewerking van een 3D-print met schuren, verven en lijmen: hoe doe je dat? Je begint met schuren om laaglijnen weg te werken, gebruikt daarna een filler-primer voor een egaal oppervlak, brengt verf aan in dunne lagen en lijmt onderdelen met een techniek die past bij het materiaal. Zo maak je van een ruwe 3D-print een strak en bruikbaar eindproduct.

In dit artikel leggen we stap voor stap uit hoe je dit aanpakt, inclusief duidelijke keuzes voor FDM, SLA en SLS.

• Start met schuren en werk van grof naar fijn voor een glad oppervlak

• Gebruik een filler-primer om kleine oneffenheden op te vullen

• Verf altijd in dunne lagen voor een strak resultaat

• Kies de juiste lijm per materiaal voor sterke verbindingen

Waarom 3D-printnabewerking (schuren, verven, lijmen en hoe je dat doet) nodig is na het printen

Een 3D-print komt zelden perfect uit de printer. Bij FDM zie je vaak laaglijnen, omdat het materiaal laag voor laag wordt opgebouwd. Wie wil begrijpen waarom die structuur ontstaat, kan meer lezen over hoe FDM 3D-printen werkt. Bij SLA is het oppervlak gladder, maar ook resin vraagt om een zorgvuldige nabehandeling. Bij SLS voelt het oppervlak daarentegen juist korrelig aan. Daarom hoort de 3D-printnabewerking, met acties als schuren, verven, lijmen en de vraag hoe je dat doet, standaard bij het proces. Het uiterlijk en de functionaliteit verbeteren hierdoor immers enorm.

Hoe je begint met 3D-printnabewerking: schuren, verven en lijmen. Hoe doe je dat? Schuren stap voor stap

Het schuren van een 3D-print is de eerste stap, omdat je hiermee de laaglijnen wegwerkt en het oppervlak optimaal voorbereidt op de verdere afwerking. Begin met een grove korrel, zoals 120, en werk rustig zonder al te veel druk uit te oefenen. Zo voorkom je vervorming van het materiaal. Daarna ga je over op fijnere korrels, zoals 240, 400 en 600. Dit maakt het oppervlak steeds gladder en voorkomt zichtbare krassen na het verven.

Het nat schuren van een 3D-print is ideaal in de laatste fase, omdat het water de stofvorming vermindert en zorgt voor een egaler resultaat. Dit werkt goed bij PLA, ABS en uitgeharde resin. Droog het onderdeel daarna wel grondig af. Let tijdens het schuren bovendien op de details; dunne randen slijten namelijk een stuk sneller. Werk op die plekken dus voorzichtiger, zodat de oorspronkelijke vorm behouden blijft. Slim ontwerpen helpt overigens ook om de schuurwerkzaamheden te beperken. Lees daarom meer over slim ontwerpen voor FDM.

3D-printnabewerking: schuren, verven en lijmen, hoe doe je dat met filler-primer en plamuur?

Na het schuren blijven er vaak nog kleine putjes zichtbaar. Een filler-primer voor 3D-prints vult deze oneffenheden netjes op en maakt het oppervlak mooi egaal. Breng meerdere dunne lagen aan en schuur dit tussendoor lichtjes op met een fijne korrel. Herhaal dit proces totdat het oppervlak strak aanvoelt. Ook bij het afwerken van een SLS-print helpt een primer om de korrelige structuur rustiger te maken, waardoor het onderdeel er visueel een stuk beter uitziet en daarna veel makkelijker te verven is.

3D-printnabewerking (schuren, verven, lijmen): hoe doe je dat als je gaat verven?

Een 3D-print verven begint eigenlijk altijd met een primer. Zonder deze basislaag hecht de verf namelijk slecht en zal de dekking ongelijkmatig zijn. Breng vervolgens de verf aan in dunne lagen en respecteer een ruime droogtijd. Meestal zijn twee tot drie lagen meer dan genoeg voor een perfect egaal resultaat. Werk met rustige bewegingen en houd voldoende afstand om lelijke verfzakkers te voorkomen.

Sluit de afwerking af met een blanke lak, zodat het object goed beschermd is tegen krassen en slijtage. Kies voor mat, zijdeglans of hoogglans, afhankelijk van het gewenste visuele effect. Ook hier geldt dat het aanbrengen van dunne lagen het allerbeste resultaat oplevert, omdat de kleinste details op die manier goed zichtbaar blijven.

3D-printnabewerking met schuren, verven en lijmen: hoe doe je dat bij het verlijmen van onderdelen?

Het lijmen van een 3D-print vraagt om een gerichte aanpak per materiaal. Voor de kleinere verbindingen werkt het lijmen van PLA met superlijm ontzettend goed. Deze lijm hecht erg snel en is bijzonder geschikt voor lichtere onderdelen. Zorg er wel voor dat je de te lijmen delen vooraf goed ontvet voor een optimale hechting.

Voor de wat robuustere verbindingen gebruik je epoxy voor de 3D-printonderdelen. Epoxy vult bovendien kleine kieren op en zorgt voor een zeer sterke, solide verbinding. Meng de componenten zorgvuldig en laat het geheel altijd volledig uitharden voor gebruik. Bij ABS kun je de onderdelen ook chemisch met elkaar verbinden door middel van aceton. Hierbij wordt het oppervlak tijdelijk week, waarna de delen stevig in elkaar smelten. Meer informatie over de verschillen in materiaaleigenschappen lees je bij de verschillen tussen PETG en ABS.

Speciale techniek: aceton-smoothing voor ABS uitgelegd

Aceton-smoothing voor ABS maakt het totale oppervlak aanzienlijk gladder door het materiaal heel kort bloot te stellen aan acetondampen. Hierdoor vervagen de storende laaglijnen zichtbaar. Het resultaat is een bijzonder strak uiterlijk, al worden details wel iets zachter en kan de maatvoering heel licht veranderen. Werk overigens altijd in een goed geventileerde ruimte en gebruik persoonlijke bescherming, aangezien de dampen erg schadelijk kunnen zijn.

Verschillen in aanpak per techniek

FDM-prints vragen in de regel om de meeste nabewerking, voornamelijk omdat de printlijnen zo duidelijk zichtbaar zijn. Een SLA-print nabewerken draait juist weer om heel secuur werken en het zorgvuldig uitharden van de resin. Het afwerken van een SLS-print is sterk afhankelijk van het uiteindelijke doel. Functionele, technische onderdelen kunnen vaak prima ruw blijven, terwijl visuele modellen extra stappen nodig hebben, zoals intensief schuren en het aanbrengen van een primer.

Wanneer kies je voor de professionele nabewerking van je print?

Soms kost het zelf afwerken erg veel tijd of levert het simpelweg niet het gewenste eindresultaat op. Bij complexe vormen of de wat grotere aantallen kiest men dan ook vaak voor de professionele nabewerking van de print, omdat dit gegarandeerd een consistente kwaliteit oplevert. Dit bespaart je bovendien waardevolle tijd en het voorkomt onnodige fouten. Uiteraard hangen de uiteindelijke kosten sterk samen met het gekozen materiaal, de printtechniek en de mate van afwerking. Lees meer over wat 3D-printen precies kost en op welke manier de nabewerking daarin wordt meegewogen.

Veelgestelde vragen

Welke korrel gebruik ik om te starten met schuren?
Begin bij FDM-prints over het algemeen met korrel 120 en werk dit stapsgewijs op naar 400 of zelfs 600 voor een mooi, glad oppervlak.

Kan ik PLA glad maken met aceton?
Nee, aceton werkt uitsluitend bij ABS. PLA reageert daar totaal niet op.

Wat is beter om mee te lijmen, superlijm of epoxy?
Epoxy is een stuk sterker en vult tegelijkertijd kleine kieren op. Superlijm werkt daarentegen sneller en is met name geschikt voor de wat kleinere verbindingen.

Hoe voorkom ik zichtbare laaglijnen na het verven?
Grondig schuren en het gebruik van een filler-primer zorgen er samen voor dat het oppervlak mooi egaal is voordat je daadwerkelijk begint met verven.

Met deze effectieve aanpak voor de 3D-printnabewerking, inclusief schuren, verven en lijmen en de vraag hoe je dat precies doet, haal je simpelweg veel meer uit elke print. Het uiteindelijke resultaat oogt een stuk strakker en functioneert ook nog eens veel beter. Zo sluit je onderdeel perfect aan op het doel waarvoor je het destijds hebt gemaakt.

Terug naar Nieuws

Klaar om te printen?

Upload je 3D-model en ontvang direct een prijs.